Tineke Hendriks
Tineke Hendriks

Van Tineke Hendriks zijn de volgende boeken bij uitgeverij Sjaloom verschenen:


Tineke Hendriks werd in 1949 in Den Haag geboren. Na de MULO, de MMS en de Sociale Academie werkte zij bijna tien jaar als maatschappelijk werkster; eerst bij een instelling voor bejaardenzorg en later bij een bemiddelingsbureau voor adoptiekinderen. Zij is getrouwd en moeder van twee dochters.

Over hoe ze met schrijven is begonnen, vertelt ze zelf: 'Het begon met lezen, met heel veel lezen. Al als kind was een boek het mooiste cadeau dat ik kon krijgen. Ik las altijd en overal: in bed, op zolder, in een boom en op de schommel. Ja, zelfs als ik moest oefenen voor pianoles, had ik een boek op schoot.
Rond mijn veertiende begon ik te schrijven. Eerst dagboeken en brieven, later artikelen voor mijn werk en later nog schetsjes over de kinderen. Ik kwam echter pas op het idee om andere dingen te schrijven toen mijn jongste dochter alleen maar wilde eten als ik er een verhaaltje bij vertelde. Hele simpele verhaaltjes zoals elke moeder die vertelt. Maar op een keer was er een verhaal bij dat ze steeds opnieuw wilde horen en waarop ik elke keer een vervolg moest verzinnen. In diezelfde tijd kwam mijn man met een computer thuis en, half in ernst, half voor de grap, begon ik ermee dat vervolg-verhaaltje op de tekstverwerker uit te werken. Het kreeg me volledig in zijn greep. Niet alleen het werken met een tekstverwerker (niet minder dan een wonder als je gewend bent aan een rammelende schrijfmachine), maar ook het omzetten van gedachten en ideeŽn in een verhaal. Maar ik dacht nog steeds niet dat het goed genoeg was om uit te geven. Een boek schrijven was iets voor een echte schrijver, niet voor een moeder/huisvrouw die tussen de was, de boodschappen en de schooluren in verslaafd was aan een tekstverwerker.
Toen dat eerste verhaal af was, durfde ik het dan ook niet naar een uitgever te sturen. Ik durfde wel aan een echt boek te beginnen, een boek waarin ik de ervaringen uit mijn laatste baan wilde verwerken. Dat werd dus 'Het huis met het blauwe dak'.
Maar zelfs dat stuurde ik nog naar een uitgever zoals je een lot in de loterij koopt. Natuurlijk win je niets, maar toch kun je nooit weten... Bij het werken aan 'Het huis met het blauwe dak' merkte ik dat schrijven voor mij een soort lezen is, een heel intensief soort lezen. Ik weet namelijk zelf absoluut niet hoe een verhaal gaat lopen. Misschien is er ergens een heel vaag einddoel, zoals je ook in boeken die je leest, kunt vermoeden waar het heen gaat. Maar meer dan dat vage einde is er niet. Ik laat me leiden door de figuren die ik zelf maak en wat ze doen en zeggen, komt bijna zin na zin boven. Bij 'Het huis met het blauwe dak' was het zo sterk dat ik elke keer als ik achter de computer ging zitten, dacht: ik ben zo benieuwd hoe het verder gaat!
Dat lijkt allemaal nogal impulsief en emotioneel, maar schrijven is ook een zaak van het verstand. Ik vind het heel belangrijk dat alles in een boek klopt. Het moet vooral psychologisch kloppen. De personen in het boek moeten voelen, denken en handelen als echte mensen. Alleen op die manier kan de wereld van de lezer een beetje groter worden. En dat is voor elk boek, of ik het nu lees of schrijf, een voorwaarde: een lezer moet een boek anders uitkomen dan hij erin gegaan is. Anders is het voor mij een boek van niks.'